Eigen school (2): inhoud

12 min read

Wij willen een efficiënt onderwijs bereiken door onderwijs op een andere manier te organiseren, inhoudelijk anders in te vullen en meer zelfbeschikking voor de leerling te voorzien. Hier gaan we in op enkele inhoudelijke aspecten van hoe we ons algemeen secundair onderwijs (ASO) willen invullen wanneer we in een eerste fase zitten, namelijk die van een eigen niet-erkende en niet-gesubsidieerde school.

AMBITIE

De eindtermen opgelegd door de Vlaamse overheid zijn voor de grote meerderheid van de Vlaamse scholen een doel op zich geworden, terwijl het eigenlijk slechts minimumdoelen zijn. Wij willen onze leerlingen naar een niveau brengen dat ver boven dat minimum ligt.

Wij willen de lat hoog leggen, maar wel aangepast aan de leerling, om dan telkens de lat hoger en hoger te kunnen leggen. Samen met de leerling bespreken we de doelen die hij moet en wil bereiken, en stap voor stap, via een uitgekiende planning, brengen we de leerling naar een hoger niveau tot alle doelen bereikt zijn.

De ambitie moet dan ook zijn om bepaalde vakken op een zeer hoog niveau te beheersen voor iemand in het secundair onderwijs. We willen geen middelmatigheid cultiveren. Aangezien het voor de overgrote meerderheid van leerlingen onmogelijk is om te excelleren in tien tot twaalf vakken, kiezen we ervoor om te specialiseren in bepaalde vakken, en beperken we ons voor de andere tot basiskennis.

SPECIALISATIE

Met specialisatie bedoelen we dat we er dus voor kiezen om op school aan bepaalde vakken meer tijd te spenderen dan aan andere om zo tot een veel hoger niveau te geraken dan anders het geval zou zijn. Dat sluit helemaal niet uit dat een leerling óók veel tijd kan spenderen aan die andere vakken, in zijn vrije tijd bijvoorbeeld.

Dat hangt echter af van de interesses, doelen en mogelijkheden van elke individuele leerling. Steeds moet de leerling wel beseffen dat tijd kostbaar en beperkt is. Het vergt trouwens heel veel werk en discipline om tijd goed te verdelen en besteden. De juiste werkethiek en ijzersterke discipline ontwikkelen om dat allemaal klaar te spelen, zal een grote uitdaging vormen voor de leerlingen.

Wij willen hen daarbij helpen, en helpen bij het ontdekken en cultiveren van hun talenten. We mogen geen kostbare tijd verspillen. Hoe vroeger ze eraan beginnen om te specialiseren, hoe groter hun voorsprong zal zijn op het gros van hun leeftijdgenoten in dat bepaald vak. We helpen ze om hun kennis en vaardigheden steeds uit te breiden en zichzelf te verbeteren. De mentaliteit, attitude en werkethiek die daarvoor nodig is, gaan wij ze helpen ontwikkelen.

We leven in een wereld waar specialisatie het meest beloond wordt. En hoe sneller kinderen en jongeren weten waar ze goed in willen zijn of worden, hoe beter. Het is immers beter om in één of twee domeinen, vakken of disciplines uitstekend te zijn dan in tien heel middelmatig. In het onderwijs, wanneer men jong is, zou men daarom op z’n minst toch wat efficiëntie en doelgerichtheid mogen verwachten.

TALEN

Een voorbeeld van hoe we inhoudelijk efficiënter te werk willen gaan door te specialiseren, is het huidige onderwijs in moderne vreemde talen op onze secundaire scholen.

Vanaf het eerste jaar krijgen de leerlingen Frans, meestal vanaf het tweede jaar komt daar Engels bij en vanaf het vierde jaar een derde taal, meestal Duits. Niet te vergeten dat ze ook nog minstens vier uren Nederlands krijgen vanaf het eerste jaar natuurlijk. En dan houden we dus nog geen rekening met Latijn en/of Grieks die er in sommige gevallen bijkomen.

We zijn heel ambitieus in onze opzet, maar ook heel realistisch, en we vinden dat vier talen tegelijk studeren gedurende de laatste drie jaren van het ASO gewoonweg niet efficiënt is. Zo lijkt het toch volstrekt logisch dat bijvoorbeeld één vreemde taal nagenoeg perfect beheersen efficiënter en nuttiger is dan bijvoorbeeld in vier talen constant fouten te maken of zich nauwelijks verstaanbaar te kunnen maken op een professioneel niveau.

Kijk maar eens naar de taalvaardigheid van de gemiddelde 18-jarige wanneer die afgestudeerd is uit een richting van het ASO: die kan nauwelijks Frans of Duits, laat staan op professioneel niveau, terwijl er jaren aan gespendeerd zijn op school. Engels zal die 18-jarige wellicht wél goed kunnen, maar dat is dan niet dankzij het onderwijs, maar wel dankzij het spelen van videogames, het beluisteren van Engelstalige muziek of het bekijken van films en series in de vrije tijd. En oh ja, hopelijk maakt die gemiddelde 18-jarige niet al te veel d/t-fouten in het Nederlands, de eigen moedertaal.

LINGUA FRANCA

Het is gewoonweg niet efficiënt en doelgericht om behalve Nederlands en Engels ook nog eens aan Frans en Duits tijd te spenderen, laat staan aan gelijk welke andere taal. Het is weinigen gegeven om drie of vier talen bijna perfect te beheersen en het is nog aan veel minder mensen gegeven dat ze die drie of vier talen dan ook nog eens veelvuldig nuttig gebruiken zoals bijvoorbeeld op professioneel vlak.

Als leerlingen uit het secundair onderwijs vloeiend en nagenoeg foutloos kunnen lezen, schrijven, praten en luisteren in de eigen taal, Nederlands, en in de lingua franca van deze tijd, Engels, de taal van het internet zeg maar, dan zal het onderwijs een sublieme job geleverd hebben. In tegenstelling tot wat nu de trieste realiteit is qua kennis: weinig verheven Nederlands, goed Engels, zwak Frans, nagenoeg geen Duits, maar vooral een hele hoop verloren tijd. Wat een verspilling, wat een zonde.

Hoewel België drie officiële talen telt, hebben slechts een minderheid van de Vlamingen een uitstekende kennis van het Frans nodig op professioneel vlak. Nog minder van Duits. Een klein beetje kennis is al voldoende. Maar als iemand tóch graag uitstekend Frans zou willen kunnen, of het nodig zou hebben voor een toffe job, dan kan die nog altijd Frans studeren op 16-, 17- of 18-jarige leeftijd. Of later. Of vroeger. Leer de taal gewoon wanneer het nodig is, of uit interesse, of om indruk te maken op een jongen of meisje. Kies zelf maar.

Via de studie van Nederlands en Engels komen leerlingen bij ons sowieso in contact met andere talen door bijvoorbeeld vergelijkende taalkunde, etymologie van woorden of voorbereiding van klasreizen naar het buitenland. Alleen bij intrinsieke motivatie, ijzersterke discipline en specifieke doelen zou er pas veel tijd gespendeerd mogen worden aan de studie van vreemde talen. En dan zal op zes maanden tijd, maximaal een jaar, die kennis van bijvoorbeeld het Frans veel beter zijn dan via het onderwijs al vanaf het eerste jaar secundair onderwijs.

Zo zijn er nog vakken waaraan men beter niet al te veel aandacht geeft in het onderwijs, behalve dan een introductie om ermee in contact te komen en om wat basiskennis op te doen. We denken bijvoorbeeld aan esthetica, aardrijkskunde, chemie en muzikale opvoeding: als de leerling echt interesse toont, ga dan zelf naar een museum, bekijk een documentaire of word lid van een muziekvereniging. In ons onderwijs hoeft daar echt niet veel tijd aan besteed te worden.

6 VERPLICHTE VAKKEN

Van de huidige vakken die in het voltijds gewoon secundair onderwijs gegeven worden zijn deze zes die waarop we zullen focussen: Nederlands, Engels, geschiedenis, economie, informatica en wiskunde.

We kiezen Nederlands omdat het onze moedertaal is en we daarin het meest communiceren; Engels omdat het dé lingua franca is op alle vlakken; Economie om inzicht te krijgen over de methodes van verdeling van schaarse middelen; Geschiedenis omdat we moeten weten vanwaar we komen en welke impact dat heeft op het heden en de toekomst; Informatica omdat elektronische hardware en software misschien wel de allerbelangrijkste werkinstrumenten zijn die we hebben. En ten slotte kiezen we ook voor wiskunde, maar dan vooral in functie van de vakken informatica, economie, en met een nadruk op het onderdeel statistiek.

Aangezien onze leerlingen hun diploma zouden behalen via de examencommissie komen ook een hele reeks andere vakken aan bod, maar in veel mindere mate natuurlijk. De leerlingen kunnen bovendien wel zelf kiezen om te specialiseren in om het even welk vak en via hun projecten en uitdagingen komen ze ook meer dan voldoende in aanraking met zowat alle andere vakken. Dat is sowieso ook het geval voor wanneer we een eigen school oprichten die gesubsidieerd wordt en dan zelf diploma’s kunnen uitreiken, want dan spelen de door de Vlaamse overheid opgelegde eindtermen een belangrijke rol, en daar komen ook andere, traditionele vakken aan bod.

KEUZEVAKKEN

Maar, behalve de kennis van die zes cruciale vakken, en de andere vakken uit het algemeen secundair onderwijs, zijn er nog vakken die een prominentere rol zouden moeten krijgen voor zowat alle leerlingen. We hebben het dan over vakken die dan vooral op het aanleren van vaardigheden gericht zijn.

Denk maar bijvoorbeeld aan bouwtechnieken, elektrotechnieken en mechanische technieken. Iedereen zou er wel bij varen als meer mensen kennis hebben van hoe ze iets moeten bouwen of bewerken, of hoe ze hun elektriciteit thuis zelf kunnen leggen en aanpassen, of hoe ze kunnen werken aan hun auto, of hoe ze zelf hun waterleidingen kunnen leggen of herstellen. Die vaardigheden dragen bij aan de zelfredzaamheid die de leerlingen bij ons zullen aanleren.

Andere kennis en vaardigheden die zeker in meer of mindere mate aan bod zullen komen, afhankelijk ook van de leerling door middel van keuzevakken, of als buitenschoolse interesses, zijn onder andere recht, marketing, studieplanning & time management, spreken in het openbaar, doelen leren stellen, audiovisuele kunsten, bedrijfskunde en boekhoudkunde.

MENS SANA IN CORPORE SANO

Een gezonde geest in een gezond lichaam is cruciaal voor onze leerlingen om zelfredzaam te kunnen zijn. Wij willen ervoor zorgen dat onze leerlingen voor zichzelf kunnen zorgen, hun eigen problemen kunnen oplossen en dat ze zelfstandig door het leven kunnen gaan.

Nu is de gemiddelde Vlaamse leerling die afstudeert met een diploma ASO nog te veel een kind, nog veel te afhankelijk van mama en papa. En dat terwijl die leerling nochtans als een volwassene beschouwd wordt. Een 18-jarige volwassene zou moeten verlangen naar zelfstandigheid en verantwoordelijkheid, zou moeten in staat zijn om te kunnen werken en te studeren tegelijk, om zelfstandig te kunnen wonen, en om verantwoordelijk om te gaan met geld.

Dat lijkt wellicht veel te ambitieus, of onmogelijk zelfs. Wij denken van niet. Dankzij de juiste mentaliteit te ontwikkelen, een groeimentaliteit, is dat allemaal mogelijk. Een groeimentaliteit is heel belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen, en ook voor volwassenen trouwens. Het gaat over het hebben van vertrouwen in je eigen kunnen en weten dat je door oefening kan groeien. Een groeimentaliteit draagt bij aan de motivatie van leerlingen, hun leerprestaties, hun doorzettingsvermogen en creativiteit. Leerkrachten kunnen invloed uitoefenen op de mentaliteit van hun leerlingen en een groeimentaliteit bij zichzelf en bij leerlingen stimuleren.

Leerlingen met een groeimentaliteit geloven dat ze hun intelligentie, vaardigheden en talenten kunnen ontwikkelen door zich volledig toe te wijden en hard te werken. Hersencapaciteiten en talent zijn nog maar het begin. Wie bereid is om fouten te durven maken en om levenslang bij te leren heeft de juiste attitude om grootse dingen te verwezenlijken en steeds nieuwe dingen te ontdekken.

Leerlingen moeten durven excelleren en idealen nastreven. En als dat niet meteen lukt, moeten we ervoor zorgen dat ze niet snel opgeven, en dat ze blijven evolueren op alle vlakken. Net zoals een topcoach het beste haalt uit een topsporter, willen wij het beste halen uit een leerling, zowel op mentaal als op fysiek vlak.

Op mentaal vlak is het dan ook erg belangrijk om veel aandacht te besteden aan filosofie, godsdienst en levensbeschouwing. Een coherente visie op de oorsprong, doel en zin van het leven, op de mens en het mensbeeld, op de moraal, en op de maatschappij en de geschiedenis, draagt bij tot de mentaliteit, attitude en karakter van onze leerlingen die ze nodig hebben om succesvol en gelukkig te zijn in onze maatschappij. We willen dat ze streven om niet gewoon zichzelf te zijn, maar de beste versie van zichzelf te zijn. Ze zullen leren om te gaan met emoties, relativeren, rationeel redeneren en probleemoplossend denken. Ze zullen beseffen dat ze een deel uitmaken van een hechte gemeenschap, van traditie en geschiedenis. We willen hen vooral leren hoe ze moeten nadenken, niet wat.

Niet alleen op mentaal vlak willen we dat onze leerlingen zich ontwikkelen, ook op fysiek vlak. Een gezonde voeding speelt daarbij een cruciale rol. Je mag nog zoveel sporten als je wil, als je niet gezond eet en drinkt dan gaat dat zo goed als allemaal verloren. Alleen al de kennis over eiwitten, koolhydraten en vetten, waarvoor ze dienen en wanneer je ze moet binnen hebben, zou al een erg groot verschil uitmaken, vooral voor leerlingen die al sporten.

Populaire sporten zoals voetbal, tennis of wielrennen zijn allemaal prima natuurlijk, maar wij willen focussen op minder traditionele sporten en vaardigheden die bijdragen tot de fysieke en mentale ontwikkeling van onze leerlingen. Dan hebben we het specifiek over fitness & gewichtstraining, dansen en gevechtskunst.

Fitness en gewichtstraining zijn eigenlijk een must om weerbare jonge mensen groot te brengen. Op een systematische manier kan je zo het hele lichaam spierversterkend trainen. De oefeningen zijn er verder op gericht de conditie, houding, vorm en functie van de spieren, en daarbij je gehele lichaam, te verbeteren. Je traint je gehele lichaam, alle afzonderlijke spiergroepen komen aan bod. Je bouwt kracht op, bewerkstelligt spiergroei en je voelt jezelf fitter. Daardoor wordt ook je zelfbeeld een stuk beter en heb je minder stress.

Ondertussen moet er terwijl er aan kracht gewerkt wordt, ook techniek aangeleerd worden, namelijk via gevechtskunst. Denk maar aan Krav Maga of Jiu Jitsu bijvoorbeeld. We denken dat die technieken geen overbodige luxe zijn in onze maatschappij.

Vooral jonge vrouwen zullen daar nog meer baat bij hebben dan jongemannen. Beide zullen ze echter erg veel opsteken van te leren dansen samen. Hun zelfvertrouwen zal daardoor groeien en ze zullen op een respectvolle en eervolle manier fysiek met elkaar leren omgaan.

We willen dat ze dat allemaal vanaf jonge leeftijd beginnen te doen om zo een levenslang positief effect hebben, jong geleerd is oud gedaan. Mentaal en fysieke gezonde gewoonten kweken is essentieel om onze leerlingen groot te brengen.

HUMANIORA

Minder tijd spenderen aan vele traditionele vakken is echt wel nodig om meer aandacht te kunnen besteden aan de vakken, kennis en vaardigheden die wij willen bijbrengen aan de leerling. Wij zijn van mening dat onze keuze daarin een veel grotere en betekenisvollere impact zal hebben om onze leerlingen een diploma te bezorgen en groot te brengen als zelfstandige en zelfzekere volwassenen.

Nu worden er in de gemiddelde Vlaamse school honderden, duizenden uren besteed aan studiemateriaal dat de productiviteit van leerlingen niet verhoogt of hun leven niet verrijkt. Heel terecht vroegen en vragen leerlingen aan de leerkracht : Meneer/mevrouw, waarom moeten wij dat kennen ?.

Denk eens terug aan alle lessen die u ooit gekregen hebt in het secundair onderwijs. Hoeveel lesuren zijn er niet voorbij gegaan zonder ook maar één iets nuttigs aangeleerd of bijgeleerd te hebben ? En hoeveel lesmateriaal moet u gewoonweg nooit meer kennen eens u bent afgestudeerd ? Hierboven heb ik al enkele voorbeelden gegeven en ik ben er zeker van dat u er nog veel meer kan opsommen.

Het is absoluut waar dat voor iemand die graag een tolk Frans wil worden, Frans krijgen vanaf de lagere school tot en met het hoger onderwijs zeker nuttig is of kan zijn. Maar zelfs dan nog kan het veel efficiënter en hoeft er tijdens al die jaren veel minder tijd aan besteed te worden. Liever meer op korte tijd dan weinig op lange tijd. En dat gaat dan over iemand die Frans wil studeren om het te gebruiken op een professioneel niveau.

Al die andere leerlingen, de overgrote meerderheid, heeft totaal geen boodschap aan het vak Frans in het secundair onderwijs. Eens het allerlaatste examen Frans voorbij is, als ze met de hakken over de sloot geslaagd zijn, dan wordt de meeste kennis al snel vergeten, en zeker als die kennis niet onderhouden wordt, wat meestal het geval is.

En die situatie geldt ook voor andere vakken, vervang maar eens in de vorige twee alinea‘s Frans met één van deze vakken: Grieks, Latijn, Duits, chemie, fysica, biologie, aardrijkskunde, esthetica, muzikale opvoeding en plastische opvoeding. Een beetje basiskennis van die vakken lijkt voor de grote meerderheid van de leerlingen al meer dan voldoende te zijn in plaats van er zoveel tijd aan te besteden in het onderwijs.

Hoeveel keer heeft u bijvoorbeeld al de regel van Hund of het kunnen herkennen van een ribosoom nodig gehad om uw belastingformulier in te vullen of om de korting op een nieuwe broek uit te rekenen ? Voor een chemicus of bioloog is dat allemaal nuttig, maar voor grote meerderheid van de mensen ? Nee dus.

Je zou al die lesuren die besteed worden aan die vermeende nutteloze vakken misschien kunnen verdedigen om humanistische redenen. Niet voor niets stond het secundair onderwijs vroeger bekend als humaniora, wat zoveel betekent als meer mens worden. Leerkrachten beweren immers maar al te vaak dat zij, en dan vooral de vakken die ze geven, het leven van hun leerlingen verrijken of dat zij de horizonten van hun leerlingen verruimen.

Als iemand die zelf graag studeert en constant wil bijleren over een breed spectrum aan onderwerpen, als iemand die graag talen studeert en gestudeerd heeft – ook Frans ! –, kan ik veel sympathie opbrengen voor die bewering van die veelal goedmenende leerkrachten. Maar om op een effectieve manier bepaalde vakken en opleidingen te verdedigen, kan je niet alleen een beroep doen op humanistische idealen.

Je moet je de vraag stellen met hoeveel succes bepaalde vakken en opleidingen de horizonten van de leerlingen verruimen. Empirisch gezien is het antwoord weinig hoopgevend: hoewel bepaalde leerkrachten erin slagen om van sommige leerlingen fans te maken van notenleer, Romeinse geschiedenis, Shakespeare of avant-garde kunstenaars, zijn zulke transformaties behoorlijk zeldzaam.

Ondanks de beste intenties van de leerkrachten vinden de meeste leerlingen de meeste vakken, of op zijn minst grote onderdelen van die vakken (zoals bijvoorbeeld literatuur in het vak Nederlands), gewoonweg niet interessant, en gaat de kortstondige en beperkte kennis die ze ervan opgedaan hebben vrijwel meteen verloren na het allerlaatste examen.

Leren hoeft niet altijd nuttig, praktisch of inspirerend te zijn, wordt dan beweerd, want op zijn minst is de horizon verruimd van de leerling of op school leer je volwassen worden. Maar als leren weinig nuttig is, weinig praktisch en ook weinig inspirerend, hoe kunnen we dat anders noemen dan tijd verspillend ? En dat is nu net hetgeen we niet te veel hebben, dat is wat nu net zo kostbaar is: Tijd.

Comments are closed.